Q&A

Treecological:
een transparante en eerlijke berekening van CO2

Om uw CO2-uitstoot te berekenen en een bijdrage te suggereren voor de strijd tegen de klimaatcrisis, houdt Treecological rekening met twee verschillende factoren: enerzijds de hoeveelheid CO2 die uw activiteit uitstoot en anderzijds de prijs die wordt toegekend aan deze hoeveelheid CO2.

Nadat u de CO2-uitstoot van uw activiteit hebt berekend, kan u deze omzetten in een bijdrage door een keuze te maken uit een van de Treecological-projecten. BOS+ en haar partners in de tropen en Vlaanderen zorgen vervolgens voor de aanplanting van het nieuwe bos of de ontwikkeling van de nieuwe bomen.      

De BOS+ klimaatbossen zijn projecten waarbij we de impact van het project op het klimaat op lange termijn (meestal 20 jaar) meten. Deze projecten kunnen verschillende inhoud hebben: het planten van bomen in landbouwlandschappen, herbebossing, bosbeheer om de koolstofopslag te vergroten of het verminderen van ontbossing. De bomen in deze projecten slaan koolstof op in hun stammen, bladeren, wortels, grond, … Maar ze hebben tijd nodig om te groeien. BOS+ plant deze bomen niet alleen aan in zo’n optimaal mogelijke omstandigheden, maar zorgt ook voor onderhoud van de aanplantingen gedurende de eerste jaren. In onze klimaatbos-projecten meten we onze bomen op geregelde tijdstippen om de hoeveelheid koolstof te meten die erin is opgeslagen. Dit stelt ons in staat om ervoor te zorgen dat ze goed worden beheerd tijdens de monitoringperiode en om een concrete klimaatimpact in ton CO2 te garanderen.

BOS+ beschouwt financiële steun aan klimaatbosprojecten als een waardevolle “klimaatbijdrage” die een aanvulling vormt op inspanningen om de uitstoot te verminderen, zonder CO2-neutraliteit of verminderde uitstoot te claimen.

Waarom? Er zijn verschillende redenen, maar dit zijn voor BOS+ de belangrijkste):

  • De eerste prioriteit van klimaatinspanningen is voor BOS+ het verminderen van de uitstoot. Het overgrote deel1 van deze afname moet het gevolg zijn van directe acties binnen de activiteiten van een bedrijf, en niet van de aankoop van koolstof.
  • Een uitgestoten CO2-molecule uit fossiele brandstoffen werd miljoenen jaren geleden opgeslagen. Dit is niet 1-op-1 te vergelijken met de honderden jaren koolstofopslag in bossen en bomen
  • Het berekenen van de klimaatimpact van een project gebeurt door de situatie mét het project te vergelijken met de hypothetische situatie zonder dat project. Maar hoewel een goede benadering mogelijk is, bestaat er nooit 100% zekerheid over een hypothetische situatie. Bomen en bossen zijn natuurlijke elementen en daardoor nooit volledig ‘voorspelbaar’, en daarbovenop kunnen zich in elk project onvermijdelijke risico’s voordoen zoals politieke onrust, droogte en ziekten, die het opslagpotentieel negatief beïnvloeden. Een optimaal project design kan deze risico’s zeer sterk verminderen, maar nooit tot nul herleiden. Via een doordacht en voorzichtig projectopzet kan BOS+ deze risico’s voldoende inperken om het spreken over een meetbare bijdrage aanvaardbaar te maken, maar niet om te fungeren als basis van een klimaatbeleid en/of voor expliciete claims rond neutraliteit en compensatie.

De klimaatvoordelen van onze klimaatbosprojecten, uitgedrukt in ton CO2, worden gemeten op basis van de werkelijke situatie op het terrein van onze projecten, en kunnen daarom worden berekend en gecommuniceerd. Door niet te beweren dat deze voordelen de emissies van het individu of bedrijf volledig tenietdoen, vermijden we overdreven en misleidende claims en zorgen we ervoor dat er voldoende aandacht blijft voor reductie-inspanningen, zonder de extreme behoefte aan bossen in onze strijd tegen klimaatverandering te ondermijnen.

–> voetnoot 1

Voor definities en details over wat volgens BOS+ de juiste weg vooruit is voor bedrijven om de klimaatcrisis te bestrijden, verwijzen we naar de Science Based Target Initiative

De koolstofberekening van de uitstoot van de Treecological website werd uitgevoerd in samenwerking met Ecolife vzw.
Voor vliegreizen wordt er rekening gehouden met de CO2-uitstoot van de volledige keten van een vliegreis en dus met het ‘de vervuiler betaalt’ principe. De technische en gedetailleerde berekeningswijze voor de uitstoot van uw vliegreis, autorit, energiehuishouding en/of uw persoonlijke voetafdruk vindt u hier.
Volgens het principe van ‘de vervuiler betaalt’ berekent Treecological de uitstoot van uw vliegreis op basis van:

1. De directe uitstoot van de gebruikte brandstof

De directe uitstoot is de CO2-uitstoot die rechtstreeks vrijkomt bij de verbranding van kerosine en wordt bepaald door de afstand van de vlucht. Hierbij wordt ook rekening gehouden met het extra verbruik tijdens stijgen en dalen en het extra verbruik in langeafstandsvluchten door de extra lading kerosine aan boord.

Een vliegtuig stoot niet enkel CO2 uit maar genereert ook niet-CO2-emissies die ook bijdragen tot het broeikaseffect. Het is uiterst belangrijk om deze uitstoot ook in rekening te brengen. Anders vindt er een vorm van greenwashing plaats, waarbij een groot deel van de emissies niet in rekening wordt gebracht. Om deze parameter in rekening te brengen gebruikt Treecological een RFI-waarde die dienst doet als vermenigvuldigingsfactor. RFI-effecten, zoals de vorming van contrails, kunnen echter alleen boven een bepaalde vluchthoogte optreden en komen hierdoor enkel tot uiting op hoogtes tussen de 9 en 13 km. Die hoogte wordt niet bereikt bij vluchten korter dan 400 à 500 km (Kollmuss and Crimmins 2009; Kollmuss and Lane 2008).  

Daarom wordt naast de CO2-uitstoot van kerosine voor vliegreizen die verder dan 500 km vliegen een stratosferisch broeikaseffect in rekening gebracht. Door de extra waterdampuitstoot op grote hoogte komt de uitstoot van één ton CO2 volgens ons model overeen met drie ton CO2-equivalenten. Hierdoor wordt bij de bepaling van de totale uitstoot aan CO2-equivalenten een vermenigvuldigingsfactor (RFI-waarde) drie aangerekend bij vliegreizen langer dan 500 km. De totale directe uitstoot van een vliegtuig wordt verdeeld over 300 passagiers, dit zijn het aantal passagiers voor een gemiddelde vlucht rekening houdend met een gemiddelde bezettingsgraad van 80%. Passagiers in business klasse krijgen een extra uitstoot van 40% toegewezen ten opzichte van passagiers die in economy klasse vliegen.

2. De hoeveelheid CO2 die vrijkomt bij winning, raffinage, transport en verdeling van brandstof (om dit mee in rekening te brengen worden de directe emissies van een vliegtuigreis met 10% verhoogd)

3. De productie en onderhoud van het vliegtuig en infrastructuur (om dit mee in rekening te brengen worden de directe emissies van een vliegtuigreis met 10% verhoogd).

De koolstofberekening van een klimaatbosproject is in eerste instantie gebaseerd op het identificeren van een scenario van wat er in het landschap zou gebeuren zonder het project. Dit scenario wordt een baseline scenario genoemd. Dit baseline scenario wordt vergeleken met de situatie mét het project, een projectscenario genoemd. De koolstofopslag bomen en bodem van beide scenario’s wordt berekend en met elkaar vergeleken om de impact te berekenen. Het berekenen van de koolstofimpact na 20 jaar van beide scenario’s wordt gebaseerd op literatuurwaarden. Deze literatuurwaarden worden zo veel mogelijk gebaseerd op zo lokaal mogelijke gegevens. Ook de selectie van het baseline scenario wordt gestaafd met bewijzen, bijvoorbeeld politieke beslissingen over planning en landgebruik, of satellietbeelden die dominante landgebruiksvormen in de regio illustreren.
Het vergelijken van deze scenario’s identificeert ook de additionaliteit. Door de twee scenario’s duidelijk naast elkaar te leggen, visualiseer je de effectieve impact van het project.
In het berekenen van de impact zijn we conservatief. Als er twee mogelijkheden zijn in berekeningen, wordt de mogelijkheid gekozen die de laagste hoeveelheid CO2 oplevert. Als in het projectgebied bijvoorbeeld verschillende landgebruiksvormen te verwachten zijn zonder het project (de baseline), wordt diegene met de hoogste koolstofopslag gekozen. Tussen grasland en cacao bijvoorbeeld, is cacao het meest conservatieve scenario, aangezien cacaobomen meer koolstof opslaan dan grasland. Het projectscenario van bos wordt dan vergeleken met de baseline scenario van cacao in koolstoftermen.
Een ander belangrijk element in de berekeningen is het inschatten van leakage. Leakage is het risico dat het project, door te herbebossen of te beschermen in 1 gebied, ontbossing veroorzaakt op een andere plek. Om dit in te calculeren, wordt een analyse gemaakt van hoe hoog het risico op leakage is. Naargelang de grootte van dit risico kan er van de berekende koolstof een percentage worden afgetrokken om rekening te houden met leakage.
Tenslotte wordt er een risicobuffer, meestal rond 10-20% toegepast. Dit betekent dat bvb. 20% van de berekende CO2 niet wordt verkocht maar in reserve wordt gehouden voor onverwachte gebeurtenissen die de bomen en bossen kunnen aantasten, zoals een overstroming, bosbranden, verdroging etc..

De koper van koolstof wil weten wat hij of zij exact aankoopt; wat is de impact van de investering? Hiervoor vergelijken we de situatie mét het project met de hypothetische situatie zonder het project. Dit identificeert de impact – de additionele (extra) koolstof die in het veld opgeslagen wordt dankzij het project. Hieronder enkele typische voorbeelden ter illustratie:

  • Voorbeeld 1: je hebt een bos en wilt hiervan de koolstof verkopen
    • Situatie met additionaliteit: je identificeert het soort project als verbeterd bosbeheer. Zonder het project zou je bos niet zeer veel koolstof opslaan, maar door een aantal management ingrepen kun je de koolstofopslag in je bos vergroten. Deze verhoging (niet de koolstof die al aanwezig is) is additioneel en kan verkocht worden; het is duidelijk dat de koper bijdraagt aan het verhogen van de koolstof in je bos.
    • Situatie zonder additionaliteit: je wilt de aanwezige koolstof van je bos verkopen. Echter, je beheer blijft hetzelfde, dus er is geen verbeterd bosbeheer. Er gaat geen bos verloren en er is geen gevaar voor ontbossing in de volgende 20 jaar, dus er is geen ontbossing die vermeden kan worden. De koper weet niet goed welk verschil zijn koolstofaankoop maakt op het terrein; er is geen additionaliteit.
  • Voorbeeld 2: je hebt een landbouwveld en je wilt daar graag bomen planten
    • Situatie met additionaliteit: zonder het project, en dus zonder de verkoop van koolstof, is het financiëel niet interessant om deze bomen aan te planten. De koper weet duidelijk dat zijn bijdrage de koolstofopslag in je veld verhoogt.
    • Situatie zonder additionaliteit: je wilt de koolstof van de bomen die al 30 jaar in je veld staan verkopen. Het wel of niet opzetten van een koolstofproject maakt geen verschil in de koolstof in je veld.

Als er geen additionaliteit is, dan draagt het project bij aan greenwashing. Met andere woorden, het project heeft niet de geclaimde impact – de koolstof zou hoe dan ook (met of zonder project) in het veld zijn opgeslagen.

We kunnen het niet genoeg herhalen: het belangrijkste is en blijft dat we zo duurzaam mogelijk leven en proberen om onze CO2-uitstoot tot het minimum te beperken. Dat is uitermate belangrijk als je bedenkt dat… de beste CO2-molecule die molecule is die we niet uitstoten. Helemaal niet vliegen en altijd kiezen voor veel duurzamer vormen van transport is dan de ideale optie. Op de website van Treecological.be vindt de Treecological-gebruiker daarom heel wat tips and tricks om in de eerste plaats je CO2-uitstoot te verminderen. Ook voor bedrijven is Treecological een duurzame meerwaarde.

Maar voor al die keren dat het voorkomen van CO2-uitstoot echt geen optie is, dat je gewoon niet anders kan dan dat vliegtuig te nemen of die autorit te maken, is een dergelijke bijdrage wel degelijk een meerwaarde, als sluitstuk van een duurzamere mobiliteit, een kleinere persoonlijke voetafdruk of een zuinige energiehuishouding.

Een Treecological-boom dat we vandaag aanplanten, zal gedurende ongeveer 150 jaar netto CO2 uit de lucht halen, maar wij houden enkel rekening met de CO2-opslag van de eerste jaren.

Er zijn talloze redenen om bosbehoud na te streven en bosuitbreiding te realiseren. Wanneer het over het klimaat gaat, worden er echter vaak heel kritische kanttekeningen bij het bos gemaakt, en daarbij wordt soms zelfs het boskind met het klimaatwater weggegooid. Het is uiteraard een onweerlegbaar feit dat we eerst en vooral werk moeten maken van een ingrijpende gedragsverandering die ons gebruik van fossiele brandstoffen fel inperkt.

Vlaanderen is één van de slechtste leerlingen van de klimaatklas. Er is dus dringend nood aan actie om de noodzakelijke maatschappelijke veranderingen in te zetten. Overigens niet alleen onze beleidsmakers maar ook ieder van ons moet hierin zijn individuele verantwoordelijkheid opnemen. Maar binnen een beleid dat resulteert in een significante beperking van onze “fossiele-brandstofdorst”, kan het bos wel degelijk een enorm positieve en belangrijke rol spelen, en dit op velerlei manieren: zo moet bosbehoud sowieso een cruciaal onderdeel zijn van elke degelijke internationale klimaatstrategie.

Bossen en bomen bieden ook grote en zeer diverse voordelen op vlak van klimaatadaptatie én biodiversiteit, dat andere, heel grote wereldwijde probleem.

De CO2-prijs steunt op de kostprijs om een bosproject te plannen, uit te voeren, te beheren en te monitoren. Hierbij gaat een groot deel van de kostprijs naar het voor- en natraject.

Het voortraject van een project bestaat onder andere uit het vinden van een projectregio, het tot een akkoord komen met de eigenaars van de gronden en het opstellen en ondertekenen van contracten. De nazorg gedurende het hele project houdt in dat men ervoor zorgt dat er bijvoorbeeld geen begrazing plaatsvindt op de aangeplante gebieden, dat branden voorkomen worden en dat andere soorten de aanplant niet overwoekeren. De bomen hebben in de initiële jaren na het opzetten van het project namelijk extra zorg nodig totdat ze zich genoeg gevestigd hebben. Tenslotte gaat een deel van het geld naar de monitoring van de CO2-opslag.

De prijzen van BOS+ klimaatbosprojecten liggen soms hoog, onder meer om de volgende redenen:

  • Koolstofberekeningen: betrouwbare berekeningen en langdurige samenwerking met verschillende actoren, vooral bij pilootprojecten, vragen engagement, inspanning en tijd, en hier zijn kosten aan verbonden.
  • Landrechten: bij BOS+ verzekeren we de landrechten en soevereiniteit van de gronden die worden gebruikt voor klimaatbossen, wat in de praktijk betekent dat er meer inspanningen moeten worden geleverd en dat er voortdurend overleg moet worden gepleegd met de gemeenschappen en grondeigenaars.
  • Integrale projecten: onze projecten financieren meer dan alleen koolstof. Al onze projecten zetten in op de triple win van klimaat, biodiversiteit en de mens. Onze projecten hebben een integrale aanpak – we maken gebruik van lokale soorten, integreren socio-culturele impact en zijn lokaal ingebed – bovenop de meetbare klimaatimpact.
  • Kleinschaligheid van het project: onze projecten zijn vaak kleinschalig omdat we willen verzekeren dat ze zijn aangepast aan de lokale noden. Hierdoor kunnen we vaak iets minder gebruik maken van schaal-effecten, maar dit stelt ons wel in staat om onze projecten uit te voeren vanuit een bottom-up aanpak en dicht bij de lokale gemeenschappen.
  • Langdurige engagementen vragen in bepaalde omstandigheden ook om incentives, om bescherming te verzekering en omdat er geen ander gebruik van de gronden mogelijk is.

In een ideale wereld hoeft Treecological niet te bestaan; spijtig genoeg wordt vandaag de impact op het milieu op geen enkele manier verrekend in de ticketprijs. Een vliegticket van enkele tientallen euro’s om half Europa rond te vliegen is maar een fractie van de enkele honderden euro’s die de consument betaalt om diezelfde afstand te overbruggen per trein. De impact per km van de trein is nochtans tot wel 12% die van dezelfde afstand met het vliegtuig (bron: zomer zonder vliegen, op basis van cijfers CE Delft). De omgekeerde wereld dus.

Daarnaast dringt zich ook een CO2-taks op, en dit onder het motto: de vervuiler betaalt. De opbrengst die zo’n CO2-taks zou opleveren, kan vervolgens geïnvesteerd worden in openbaar vervoer, in toegankelijke alternatieven voor vliegen, in het energie-efficiënter maken van onze maatschappij en als sluitstuk van dit duurzaam proces: in natuurlijke klimaatoplossingen.

Nieuwe regelgeving is onvermijdelijk, maar zal niet voor morgen zijn. In het huidige systeem kunnen we het alleen maar aanmoedigen dat mensen en bedrijven niet alleen inzetten op het gebruik van alternatieven, en het verminderen van hun uitstoot, maar die bovendien een klimaatbijdrage doen voor het deel dat ze nog niet kunnen verminderen. Ze stimuleren hierbij hunzelf om het nog beter te doen in de toekomst.

  • “Carbon offsetting is important but can only be an additionality – we need to get off fossil fuels, and do carbon offsets”

    Prof. Johan Rockström
    Climate crisis academic and speaker;
    Source: F. Harvey, 2023, The Guardian
    Foto: Frankie Fouganthin – own work, CC BY-SA 4.0

Ondertussen rijpen de geesten rijpen en beseffen beleidsmakers dat de gunstregimes voor de vliegtuigsector en de consument niet langer kunnen blijven bestaan.

Conclusie: zolang de vervuiler geen eerlijke prijs betaalt voor de impact op het klimaat, staan we voor de volle 100% achter het Treecological-motto: een niet-gevlogen traject is beter dan een gevlogen traject. Is jouw vliegtuigreis onvermijdelijk, dan is een bijdrage voor bos via Treecological beter dan niets. “Treecological turns travel into trees.”

BOS+ verstrekt fiscale attesten voor giften aan onze klimaatprojecten omwille van (onder andere) de volgende redenen:

  • Breed maatschappelijk nut: Onze klimaatbosprojecten, inclusief de projecten die worden aangeboden via de Treecological-website, hebben een positieve impact op de strijd tegen klimaatverandering en voor de lokale bevolking. Deze projecten komen de hele samenleving ten goede door de natuur te herstellen, wat positief is voor de biodiversiteit en bijdraagt aan het algemeen welzijn. Bij BOS+ vinden we het daarom verdedigbaar dat de overheid haar steentje bijdraagtaan deze doelstellingen via het verlenen van fiscaal voordeel aan donateurs.
  • Bevordering van maatschappelijke verantwoordelijkheid: Via de Treecological website moedigt BOS+ zowel individuen als organisaties aan om hun CO2-voetafdruk te verkleinen en actief deel te nemen aan duurzame oplossingen. Bovendien zorgt onze klimaatbijdrage-aanpak ervoor dat we de extreme behoefte aan bossen in onze strijd tegen klimaatverandering benadrukken, zonder de aandacht en urgentie van reductie-inspanningen te ondermijnen. Deze aanpak vormt het sluitstuk van onze pioniers-aanpak: de klimaatvoordelen van onze projecten worden niet beschouwd als ‘neutraliteit’ of ‘teniet doen’ van de emissies van het individu of bedrijf, maar als een broodnodige bijdrage aan de strijd tegen klimaatverandering.
  • Transparantie en verantwoording: Het aanbieden van fiscale attesten toont aan dat BOS+ een transparante en verantwoordelijke organisatie is. De erkenning van de overheid om fiscale attesten uit te reiken biedt donateurs een extra garantie dat hun bijdragen op een correcte en gecontroleerde manier worden besteed aan projecten met een reële impact.
  • Grotere betrokkenheid van donateurs: Fiscale aftrekbaarheid kan leiden tot hogere bijdragen van donateurs, omdat ze weten dat een deel van hun gift kan worden teruggevorderd. Dit zorgt voor meer middelen voor de projecten, wat de impact ervan vergroot.

In een pilootproject bood BOS+ landbouwers in Vlaanderen financiële steun voor de aanleg van agroforestry (boslandbouw) via koolstofvergoedingen. Dit aanbod is vandaag helaas niet beschikbaar. Hoewel dit pilootproject succesvol is gebleken, konden we dit zonder bijkomende investeringen of cofinanciering nog niet verder uitrollen. Om een betrouwbare berekening, 20 jaar monitoring en een gepersonaliseerde aanpak te garanderen, zijn investeringen in mankracht nodig. Deze investeringen worden pas haalbaar als de schaal van een project groot genoeg is, of met behulp van voldoende investering of subsidiëring. Die voorwaarden kunnen we vandaag nog niet vervullen.
BOS+ is wel geïnteresseerd in het zoeken naar financiering voor projecten met betalingen voor koolstof- en andere ecosysteemdiensten, dus als u geïnteresseerd bent om deel te nemen aan een toekomstig project, neem dan contact met ons op met informatie over uw situatie.

Momenteel niet. BOS+ biedt integrale projecten aan met een triple win voor klimaat, biodiversiteit en mens en is er trots op om projecten te kunnen vormgeven op maat van lokale partners en bevolking. BOS+ besliste tot nu toe om geen projecten te laten certificeren volgens een erkende2 internationale norm. Waarom? Om drie belangrijke redenen (onder andere):

  • De investeringskosten zijn relatief hoog, vooral vanwege de specifieke expertise en mankracht die nodig zijn om de ingewikkelde dossiers te ontwikkelen die gevraagd worden door de certificeerders. Dit komt bovenop de kosten van accreditatie zelf door een externe partij. Tot nu toe waren onze projecten te klein; deze investering was de moeite niet waard. In wezen geven we er de voorkeur aan dat het grootste deel van het beschikbare budget naar het bos en het terrein gaat, en niet naar administratie om accreditatie te verkrijgen.
  • De vertraging om het project te kunnen uitvoeren doordat er moet gewacht worden op het verkrijgen van de accreditatie. Het proces om accreditatie te verkrijgen kost tijd, en tot nu toe is het niet mogelijk geweest om dit proces af te wachten voordat we starten met onze activiteiten.
  • Credits alleen zijn niet voldoende. Ze zorgen voor bepaalde kwaliteitscriteria en een onafhankelijke check van het project, maar de methodes kunnen door malafide bedrijven evengoed worden gemanipuleerd. BOS+ volgt de nodige kwaliteitscriteria van deze credits, en zorgt bovendien met onze Treecological aanpak, nauwe band met de lokale situatie en wetenschappelijke kennis dat onze meetmethodes betrouwbaar zijn, extern gecheckt worden, en de impact positief is. BOS+ zorgt ervoor dat mensen buiten onze organisatie deelnemen aan de monitoringsactiviteiten om aan de behoefte van onafhankelijke validatie te voldoen. Om een betrouwbare impact te garanderen, baseert BOS+ zijn methoden op drie belangrijke erkende standaarden: Gold Standard, Verified Carbon Standard en Plan Vivo. Een andere belangrijke waarde van accreditatie is ervoor te zorgen dat er geen double counting3 plaatsvindt. Aangezien BOS+ over het algemeen geen offsetting toelaat, wordt dit risico sterk verminderd.
–> voetnoot 2

We gebruiken ICROA als referentie om normen te identificeren die internationaal erkend zijn: https://icroa.org/endorsed-organisations/

–> voetnoot 3

Double counting doet zich voor wanneer een bedrijf in bijvoorbeeld België klimaatneutraliteit claimt vanwege bomen die in Peru zijn geplant, maar bij gebrek aan officiële regelgeving op de koolstofmarkt claimt Peru dezelfde impact in zijn internationale verplichtingen (bijvoorbeeld door het meten van de toegenomen bosoppervlakte in satellietbeelden). Als een ton CO2 dubbel wordt geteld (=double counting), wordt de klimaatimpact sterk overdreven, wat op zijn beurt onze gezamenlijke klimaatinspanningen tegenwerkt. BOS+ staat geen compensatie toe (alleen in zeer specifieke omstandigheden) en staat niet toe dat deze koolstof wordt meegeteld voor het verminderen van de emissies in België, wat het risico op double counting vermindert 

Nee. Credits zijn belangrijk: ze zijn cruciaal voor het verzekeren van kwaliteitscontrole, vertrouwen van de koper en een overzicht van de gegenereerde en verkochte koolstof. Dit overzicht is een cruciaal onderdeel om het risico op double counting te verkleinen3. Bovendien beschikken de meeste crediterende organisaties over openbaar beschikbaar technisch materiaal én de berekeningen van de verschillende projecten, wat de transparantie en de kwaliteit verhoogt.
Het is echter belangrijk om aan te geven dat carbon credits alleen niet voldoende zijn, een organisatie moet de berekeningen nog altijd op een zo integer mogelijke manier uitvoeren, en accrediteerders moeten hun methodologieën blijven verbeteren om misbruik te voorkomen. Onze eigen integriteit in combinatie met de onafhankelijke controle van een credit-organisatie is de ideale combinatie om een pioniersrol te spelen in dit koolstof credit landschap.
BOS+ is zeer geïnteresseerd in het ontwikkelen van een geaccrediteerd project in de toekomst om onze geloofwaardigheid in het leveren van koolstof uit boomprojecten te vergroten. Hiervoor hebben we echter een project nodig met een schaal die groot genoeg is om deze investering te rechtvaardigen, en een donor die bereid is ons bij te staan in dit traject. Als BOS+ geven we de voorkeur aan Plan Vivo accreditatie voor onze tropen interventies, vanwege de duidelijke focus op lokale gemeenschappen en kleinere projecten. De eerste stap in een Plan Vivo accreditatieproces is uitgebreid overleg met de lokale gemeenschappen om het project te ontwerpen en, belangrijker nog, om een geschikt systeem te identificeren om de voordelen van het project binnen de gemeenschap te delen. Hebt u interesse om BOS+ als donateur of expertisepartner te steunen in dit proces, neem dan contact met ons op.